The edge of the desert

Alle mensen zoeken het geluk. Er zijn geen uitzonderingen, hoezeer de middelen die ze er voor gebruiken ook verschillen; naar dit doel streeft iedereen.(…)
Het is het motief voor alle daden van mensen, zelfs van degene die zich verhangen!

En toch heeft sinds zo veel jaren niemand dit punt, waarnaar allen voortdurend streven, zonder het geloof bereikt. Allen klagen, in alle landen en tijden en van alle leeftijden en standen.
Zo’n lange, ononderbroken en algemene ervaring zou ons er toch zeker van moeten overtuigen dat we zelf niet in staat zijn het geluk op eigen kracht te bereiken.

Maar van voorbeelden leren wij niet veel. Ze zijn nooit zo volmaakt gelijkend, dat er niet een of ander subtiel verschil bestaat, en dat heeft ons een reden er op te rekenen dat we deze keer niet zoals anders in onze verwachtingen teleurgesteld worden. En zo worden we, omdat het heden ons nooit bevredigt, door de ervaring bedrogen en van het ene ongeluk naar het andere gevoerd, tot de dood, als een eeuwigdurend hoogtepunt daarvan.

Wat anders roepen deze hunkering en onmacht ons toe dan dat de mens ook waarachtig geluk gekend heeft, waarvan heb nu niets anders is overgebleven dan de indruk, het volkomen lege spoor, dat hij vergeefs tracht te vullen met alles wat hem omringt. Maar die geen van alle bevredigen doordat deze oneindige kloof alleen door iets oneindigs en onveranderlijks, namelijk door God zelf, gevuld kan worden.

Hij alleen is het ware goed, en sinds de mens hem verzaak heeft, is er, vreemd genoeg, niets geschikt genoeg om zijn plaats in te nemen.(…)

aldus Blaise Pascal